ECLI:NL:RVS:2011:BP7790

Raad van State

Datum uitspraak
16 maart 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
201006064/1/H1
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
artikel 4 planvoorschriften bestemmingsplan Duinlaanartikel 1 planvoorschriften bestemmingsplan Duinlaan
Verwijzingen
1 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging weigering bouwvergunning pergola met zonwering in strijd met bestemmingsplan

Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag weigerde op 28 november 2008 een ontheffing en bouwvergunning voor het plaatsen van een pergola met zonwering op een perceel in Den Haag. De bezwaarprocedure leidde tot handhaving van dit besluit. De rechtbank verklaarde het beroep van de wederpartij gegrond en vernietigde het besluit, waarna het college hoger beroep instelde bij de Raad van State.

De Raad van State overwoog dat het bestemmingsplan 'Duinlaan' de bestemming 'Woondoeleinden' kent met specifieke bouwvoorschriften, waaronder dat aanbouwen achter de achtergevelrooilijn een maximale bouwdiepte van 2,5 meter mogen hebben. De pergola met zonwering, bestaande uit aluminium staanders en een niet-waterdicht doek, is 2,83 meter hoog en heeft een diepte van 4 tot 5,2 meter. De constructie is aan drie zijden open en vormt geen gebouw, maar een bouwwerk geen gebouw zijnde.

Het college stelde dat de pergola functioneel een aanbouw is vanwege de aanwezigheid van voorzieningen zoals terrasverwarmers en verlichting, waardoor het een verlengstuk van het hoofdgebouw vormt. De Raad van State verwierp dit betoog, bevestigde dat de pergola geen aanbouw is in de zin van het bestemmingsplan en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De uitspraak van de rechtbank werd met verbeterde motivering bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de bouwvergunning voor de pergola wegens strijd met het bestemmingsplan.

Uitspraak

201006064/1/H1.
Datum uitspraak: 16 maart 2011
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
het college van burgemeester en wethouders van Den Haag,
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 12 mei 2010 in zaak nr. 09/3075 in het geding tussen:
[wederpartij], wonend te [woonplaats]
en
het college.
1. Procesverloop
Bij besluit van 28 november 2008 heeft het college geweigerd aan [wederpartij] ontheffing en bouwvergunning te verlenen voor het plaatsen van een pergola met zonwering op het perceel [locatie] te Den Haag.
Bij besluit van 17 maart 2009 heeft het college het door [wederpartij] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 12 mei 2010, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank het door [wederpartij] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 17 maart 2009 vernietigd en het college opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft het college bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 23 juni 2010, hoger beroep ingesteld. De gronden van het hoger beroep zijn aangevuld bij brief van 21 juli 2010.
[wederpartij] heeft een verweerschrift ingediend.
Daartoe in de gelegenheid gesteld heeft [belanghebbende] een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
[wederpartij] heeft nadere stukken ingediend.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 28 januari 2011, waar het college, vertegenwoordigd door R. Vingerling, werkzaam bij de gemeente, is verschenen. Voorts zijn ter zitting [wederpartij] en [belanghebbende] gehoord.
2. Overwegingen
2.1. Ingevolge het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Duinlaan" rust op het perceel de bestemming "Woondoeleinden".
Ingevolge artikel 4, eerste lid, van de planvoorschriften zijn aan de als zodanig aangewezen gronden onder meer de doeleinden "Woondoeleinden met bijbehorende voorzieningen" toegekend. Ten behoeve van deze bestemming mogen eengezinshuizen, meergezinshuizen, bijgebouwen, kunstwerken en in de bestemming passende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd.
Ingevolge het derde lid, onder e, zijn bij eengezinshuizen achter de achtergevelrooilijn aanbouwen toegestaan met een maximale bouwdiepte van 2,5 m en een maximale hoogte van 3,2 m.
Ingevolge artikel 1, aanhef en onder c, wordt in de voorschriften onder bouwwerk verstaan elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, welke hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.
Ingevolge artikel 1, aanhef en onder d, wordt in de voorschriften onder gebouw verstaan elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk door wanden omsloten ruimte vormt.
2.2. Het college betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat geen sprake is van een aanbouw, zodat het het bouwplan ten onrechte in strijd met artikel 4, derde lid, onder e, van de planvoorschriften heeft geacht. Het college heeft daartoe aangevoerd dat de pergola moet worden aangemerkt als een aanbouw, nu deze in functioneel opzicht onderdeel uitmaakt van het hoofdgebouw. Het wijst er in dit verband op dat door de aanwezigheid van terrasverwarmers, verlichting, een televisie en geluidsinstallatie, de pergola wordt gebruikt als zijnde een verlengstuk van het hoofdgebouw. Nu de aanbouw de maximale bouwdiepte overschrijdt, is deze in strijd met het bestemmingsplan, aldus het college.
2.2.1. Het bouwplan voorziet in een inmiddels geplaatste pergola met zonwering, die wordt gevormd door aluminium staanders en liggers. De drie staanders zijn elk voorzien van een ligger die bevestigd is aan de achtergevel van de woning. Voorts voorziet het bouwplan in een niet-waterdicht zonwerend doek, dat is bevestigd aan de achtergevel en kan worden uitgerold over de constructie van aluminium staanders. De pergola is 2,83 m hoog en heeft een diepte die varieert van 4 m tot 5,2 m. Blijkens de bouwtekeningen is de constructie van de pergola aan drie zijden open en niet door wanden omgeven. Gelet op de constructie van de pergola, moet deze worden aangemerkt als een bouwwerk, geen gebouw zijnde, zodat reeds daarom geen sprake is van een aanbouw. De rechtbank is, zij het op andere gronden, tot dezelfde conclusie gekomen. Het betoog faalt.
2.3. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient, met verbetering van de gronden waarop het berust, te worden bevestigd.
2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. P.A. Offers, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.M. van Driel, ambtenaar van staat.
w.g. Offers w.g. Van Driel
lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 16 maart 2011
414-604.