ECLI:NL:RBROT:2020:13306

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
15 december 2020
Publicatiedatum
23 juli 2021
Zaaknummer
KTN-8866345_15122020
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:669 lid 1 BWArt. 7:669 lid 3 onder g BWArt. 7:671b lid 1 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens verstoorde arbeidsverhouding

De kantonrechter van de Rechtbank Rotterdam behandelde het verzoek van Almoco B.V. tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met een werknemer, die sinds 1 mei 2020 in dienst was op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd zonder tussentijds opzegbeding.

Almoco stelde dat de arbeidsverhouding zodanig verstoord was dat voortzetting van het dienstverband niet redelijk was, terwijl de werknemer dit erkende. De kantonrechter overwoog dat op grond van artikel 7:669 lid 1 BW Pro en artikel 7:671b lid 1 BW ontbinding mogelijk is indien een redelijke grond bestaat en herplaatsing niet mogelijk is.

Gelet op de verstoorde en onherstelbare arbeidsverhouding en het ontbreken van een opzegverbod, besloot de kantonrechter de arbeidsovereenkomst te ontbinden met ingang van 15 januari 2021. Iedere partij draagt haar eigen kosten.

Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 15 januari 2021 wegens een onherstelbaar verstoorde arbeidsverhouding.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 8866345 VZ VERZ 20-19165
uitspraak: 15 december 2020
beschikking van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Synres Almoco B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
verzoekster,
gemachtigde: mr. C.I.M. Molenaar.
tegen
[verweerster],
wonende te [woonplaats verweerster],
verweerster,
gemachtigden: mr. F.K. Doornbos en mr. N. Blanke,
Partijen worden hierna aangeduid als “[verweerster]” en “Almoco”.

1..Het verloop van de procedure

1.1
De kantonrechter heeft kennisgenomen van het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst en het daartegen gevoerde verweer, zoals behandeld op de zitting van 14 december 2020, waarbij namens Almoco zijn verschenen haar manager HR
[naam 1] en haar locatiemanager [naam 2], bijgestaan door mr. Molenaar, en waarbij tevens is verschenen [verweerster], bijgestaan door mr. Doornbos en mr. Blanke.
1.2
De kantonrechter heeft de datum waarop de beschikking wordt uitgesproken bepaald op heden.

2..De vaststaande feiten

2.1
Op grond van een tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd is [verweerster] op 1 mei 2020 bij Almoco in dienst getreden in de functie van medewerker ondersteuning management en financiën, voor de duur van 14 maanden, eindigend op
30 juni 2021. In de arbeidsovereenkomst is geen tussentijdsopzegbeding opgenomen.

3..De standpunten van partijen

3.1
Almoco verzoekt - verkort weergegeven - de arbeidsovereenkomst met [verweerster] te ontbinden per 15 januari 2021. Aan dit verzoek legt Almoco ten grondslag dat sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding, zodanig dat van haar in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Hiervan valt [verweerster] geen verwijt te maken. Er is geen opzegverbod dat aan ontbinding van de arbeidsovereenkomst in de weg staat.
3.2
[verweerster] voert verweer, maar erkent dat de arbeidsverhouding verstoord is.

4..De beoordeling van het verzoek

4.1
Uit artikel 7:669 lid 1 BW Pro gelezen in samenhang met artikel 7:671b lid 1, aanhef en onder a, BW volgt dat de arbeidsovereenkomst alleen kan worden ontbonden indien daar een redelijke grond voor is en herplaatsing van de werknemer in een andere passende functie binnen een redelijke termijn niet mogelijk is of niet in de rede ligt. Gelet op artikel 7:669 lid Pro 3, onder g, BW kan een verstoorde arbeidsverhouding een redelijke grond opleveren om de arbeidsovereenkomst te ontbinden.
4.2
Onderkend wordt dat sprake is van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd die niet tussentijds kan worden opgezegd, maar dat laat onverlet de bevoegdheid van de kantonrechter om een dergelijke arbeidsovereenkomst te ontbinden. De kantonrechter ziet ook reden om daartoe over te gaan, nu ter zitting is komen vast te staan dat de arbeidsverhouding tussen partijen verstoord is en dat van geen van hen kan worden verlangd het dienstverband voort te zetten. De verstoring is onherstelbaar.
4.3
Er is geen sprake van een opzegverbod dat aan ontbinding van de arbeidsovereenkomst in de weg staat.
4.4
Daarom zal de kantonrechter de arbeidsovereenkomst ontbinden. De datum hiervan wordt bepaald op 15 januari 2021.
4.5
Ten aanzien van de proceskosten wordt beslist op de wijze als hieronder vermeld.

5..De beslissing

De kantonrechter,
- ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 15 januari 2021;
- bepaalt dat ieder van partijen de eigen kosten draagt.
Deze beschikking is gegeven door mr. S.H. Poiesz en uitgesproken ter openbare terechtzitting.
465