ECLI:NL:RBROT:2020:13363
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugvorderingsbesluit bijstand wegens onjuiste berekening gokinkomsten
Eiseres ontving bijstand op grond van de Participatiewet en werd geconfronteerd met een terugvordering van €1.975,08 over de periode september tot en met november 2020 vanwege niet-gemelde gokactiviteiten en contante stortingen. Verweerder stelde dat eiseres haar inlichtingenplicht had geschonden door het niet melden van gokinkomsten, waarop terugvordering volgde.
Eiseres betwistte de wijze van berekening van het terugvorderingsbedrag, stellende dat de contante stortingen en casino-opnames nauw met elkaar samenhingen en dat zij slechts een geringe winst had gemaakt. De rechtbank oordeelde dat het standpunt van verweerder dat het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld vanwege het ontbreken van een sluitende administratie onjuist was, verwijzend naar recente uitspraken van de meervoudige kamer die een vuistregel formuleerden voor het bepalen van gokinkomsten.
De rechtbank stelde vast dat verweerder onvoldoende was ingegaan op het betoog van eiseres over het verband tussen opnames en stortingen en dat het terugvorderingsbedrag daarom niet juist was berekend. Het bestreden besluit werd vernietigd wegens strijd met de artikelen 3:2 en 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht. Verweerder werd opgedragen binnen acht weken een nieuw besluit te nemen, het griffierecht te vergoeden en de proceskosten van eiseres te betalen.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot terugvordering van bijstand wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.