ECLI:NL:RBROT:2022:7357
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- S. Veling
- W.P.M. Jurgens
- M.G.L. de Vette
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit terugvordering bijstand wegens niet gemelde gokactiviteiten
Eiseres ontving bijstand op grond van de Participatiewet en werd geconfronteerd met terugvordering van bijstand over de periode juli 2019 tot augustus 2020 wegens niet gemelde gokactiviteiten en contante stortingen op haar bankrekening.
Verweerder stelde dat eiseres haar inlichtingenplicht had geschonden door deze inkomsten niet te melden, waardoor recht op bijstand moest worden herzien en teruggevorderd. Eiseres voerde aan dat zij niet wist dat zij deze activiteiten moest melden en dat de stortingen leningen betroffen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat eiseres haar inlichtingenplicht heeft geschonden. Echter, de gehanteerde methode van volledige intrekking en terugvordering bij het ontbreken van een sluitende gokadministratie is niet langer rechtmatig. De rechtbank formuleert een vuistregel waarbij de ingezette bedragen als gokinkomsten worden gesteld, tenzij er sprake is van weigering tot medewerking of aanwijzingen van omvangrijkere activiteiten.
Het bestreden besluit is vernietigd wegens onvoldoende zorgvuldigheid en motivering. Verweerder moet binnen acht weken een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens is verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot terugvordering van bijstand wegens niet gemelde gokactiviteiten wordt vernietigd en verweerder moet een nieuw besluit nemen.