ECLI:NL:RBROT:2022:7358
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing terugvordering bijstand wegens niet gemelde gokactiviteiten
Eiseres ontving bijstand op grond van de Participatiewet en werd door verweerder teruggevorderd wegens het niet melden van gokactiviteiten in een casino gedurende de periode maart 2019 tot februari 2020. Verweerder stelde dat eiseres haar inlichtingenplicht had geschonden en trok de bijstand volledig in, omdat geen sluitende administratie van de gokactiviteiten was overgelegd.
Eiseres voerde aan dat zij niet in een echt casino, maar in een gokhal met fruitautomaten speelde en dat zij haar gokverslaving reeds had gemeld. De rechtbank oordeelde dat ook spelen op fruitautomaten inkomsten kan opleveren die van invloed zijn op het recht op bijstand en dat eiseres haar gokactiviteiten onverwijld had moeten melden. De melding van een gokverslaving ontslaat niet van de plicht om elke gokactiviteit te melden.
De rechtbank stelde vast dat het huidige beleid van verweerder, dat bij gebrek aan een sluitende administratie leidt tot volledige intrekking en terugvordering, niet rechtmatig is. Zij formuleerde een nieuwe vuistregel waarbij de hoogte van de gokinkomsten gelijk wordt gesteld aan de bedragen die zijn ingezet of gepind. Deze vuistregel sluit beter aan bij het reparatoire karakter van terugvordering. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op een nieuw besluit te nemen binnen acht weken, met inachtneming van deze uitgangspunten.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van eiseres. De rechtbank benadrukte dat weigering tot medewerking of aanwijzingen van omvangrijkere gokactiviteiten een volledige intrekking en terugvordering kunnen rechtvaardigen. De zaak wordt niet finaal beslecht, maar verweerder krijgt de gelegenheid tot een zorgvuldige herbeoordeling.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot volledige terugvordering van bijstand wegens niet gemelde gokactiviteiten wordt vernietigd en verweerder krijgt opdracht tot een nieuw besluit binnen acht weken.