Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
[naam eiser],
1.[naam gedaagde 1], tevens h.o.d.n.[handelsnaam],
[naam gedaagde 10],
1.De procedure
- de dagvaarding van 3 juli 2019, met producties;
- de conclusie van antwoord in conventie, tevens conclusie van eis in reconventie, incidentele vordering tot voorlopige voorzieningen (223 Rv) en incidentele vordering tot afgifte van bescheiden (843a Rv), van 9 oktober 2019, met producties;
- de conclusie van antwoord in het incident ex artikel 843a Rv, met producties;
- de conclusie van repliek, tevens eisvermeerdering, in het incident ex artikel 843a Rv, van 4 december 2019;
- de conclusie van dupliek in het incident ex artikel 843a Rv, van 15 januari 2020.
2.De beoordeling in het incident
vermeerdertderhalve haar eis in het incident en breidt haar verzoek om overlegging van stukken uit met de hiervoor genoemde bescheiden - die moeten worden gerekend tot de Bescheiden."
3.De beslissing
[1729;
2221]