AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen ontruiming wegens gebrek aan belang
Verzoekers hebben bij de rechtbank Rotterdam een verzoek ingediend op grond van artikel 287, vierde lid, van de Faillissementswet om een voorlopige voorziening te treffen die de ontruiming van hun woonruimte zou moeten voorkomen totdat op hun verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling is beslist.
De rechtbank overweegt dat op 20 februari 2020 reeds een beslissing is genomen op het verzoek ex artikel 284 FaillissementswetPro. Hierdoor ontbreekt het verzoekers aan belang bij het treffen van de gevraagde voorlopige voorziening.
Gezien het feit dat het minnelijk traject reeds is afgerond en verzoekers inmiddels zijn toegelaten tot de schuldsaneringsregeling, wijst de rechtbank het verzoek af. De beschikking is gegeven door rechter C. de Jong en griffier K. de Ridder op 26 februari 2020. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen drie maanden, uitsluitend door een advocaat.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de ontruiming wordt afgewezen wegens gebrek aan belang.
Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
Team insolventie
voorlopige voorziening ex artikel 287, vierde lid, Faillissementswet
rekestnummers: [nummer 1] en [nummer 2]
uitspraakdatum: 26 februari 2020
[verzoeker]en
[verzoekster]
[adres]
[woonplaats] ,
hierna: verzoekers.
1..De procedure
Verzoekers hebben op 24 januari 2020 een verzoekschrift ex artikel 287, vierde lid Faillissementswet (hierna: Fw) ingediend waarin wordt gevraagd om een voorlopige voorziening bij voorraad. Daarnaast zijn ter zitting verschenen;
verzoeker en verzoekster;
de heer [naam 1] van Kredietbank Rotterdam, SHV de heer [naam 2] van Kredietbank Rotterdam, SHV
mevrouw [naam 3] van Jay Holding BV/Manna Support,
beschermingsbewindvoerder
- mevrouw [naam 4] van Jay Holding BV/Manna Support,
beschermingsbewindvoerder
mevrouw mr. M.E.G. Horvers van Syncasso gerechtsdeurwaarders
mevrouw [naam 5] van Havensteder, verweerster
mevrouw [naam 6] van het wijkteam
De uitspraak is bepaald op heden.
2..Het verzoek
Het verzoek strekt ertoe Stichting Havensteder, gevestigd te Rotterdam, vertegenwoordigd door mr. M.E.G. Horvers van Syncasso Gerechtsdeurwaarders (hierna: verweerster), te verbieden het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 16 december 2016 tot ontruiming van de woonruimte van verzoeker ten uitvoer te leggen, totdat op het door verzoeker ingediende verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling zal zijn beslist.
3..De beoordeling
Artikel 287, vierde lid, Fw maakt het mogelijk de rechtbank te vragen om - hangende de beslissing op het schuldsaneringsverzoek – een voorlopige voorziening bij voorraad te geven.
Nu bij vonnis van deze rechtbank van 20 februari 2020 op het verzoekschrift ex artikel 284 FwPro is beslist, hebben verzoekers aldus geen belang meer bij het treffen van onderhavige voorlopige voorziening.
De verzochte voorziening ex artikel 287, vierde lid, Fw zal dan ook worden afgewezen bij gebrek aan belang.
4..De beslissing
De rechtbank:
- wijst het verzoek af.
Deze beschikking is op 26 februari 2020 gegeven door mr. C. de Jong, rechter, in aanwezigheid van mr. K. de Ridder, griffier. [1]