Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..De procedure
- mevrouw [verzoekster] , verzoekster
- de heer [naam 1] van Kredietbank Rotterdam, SHV de heer [naam 2] van Kredietbank Rotterdam, SHV
- mevrouw [naam 3] van Jay Holding BV/Manna Support
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker diende een verzoek in tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. De rechtbank stelde vast dat verzoeker niet langer in staat was zijn schulden te betalen en dat het verzoek aan de formele eisen voldeed.
Hoewel schulden aan DUO en het CJIB uit 2016 niet te goeder trouw waren ontstaan en dit normaal gesproken tot afwijzing leidt, oordeelde de rechtbank dat op grond van artikel 288, derde lid Faillissementswet, het verzoek toch kan worden toegewezen indien aannemelijk is dat verzoeker de omstandigheden die tot de schulden hebben geleid onder controle heeft gekregen.
Sinds april 2019 staat verzoeker onder beschermingsbewind, waardoor zijn financiële situatie beheersbaar is en zijn uitgaven worden bewaakt. Verzoeker toont een saneringsgezinde houding en is gewezen op zijn verplichtingen tijdens de regeling, waaronder informatieplicht, inspanningsplicht en afdrachtplicht.
De rechtbank benoemde een rechter-commissaris, stelde voorwaarden aan het beschermingsbewind en deelname aan een WMO-traject, en kende een voorschot toe op de vergoeding van de bewindvoerder. De procedure werd geopend als hoofdprocedure omdat het centrum van voornaamste belangen van verzoeker in Nederland ligt.
Uitkomst: Toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt toegewezen onder voorwaarden ondanks niet te goeder trouw ontstane schulden.