ECLI:NL:RBROT:2020:3130
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-rechtsgeldige directe beëindiging arbeidsovereenkomst en toekenning vergoedingen
Verzoekster was sinds juni 2017 werkzaam als schoonheidsspecialiste/kapsalonmedewerker bij de rechtsvoorganger van D&D Beauty en later bij D&D Beauty zelf. Haar arbeidsovereenkomst was aanvankelijk voor bepaalde tijd, maar werd door opeenvolgende verlengingen van rechtswege omgezet in een contract voor onbepaalde tijd. D&D Beauty stelde een nieuwe arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd voor, die verzoekster niet tekende.
Op 30 november 2019 beëindigde D&D Beauty de arbeidsovereenkomst per direct wegens vermeende financiële problemen, zonder instemming van verzoekster en zonder toestemming van het UWV. Verzoekster maakte bezwaar en vorderde onder meer de verklaring dat de beëindiging niet rechtsgeldig was, betaling van achterstallig vakantiegeld, transitievergoeding, een vergoeding wegens onregelmatige opzegging en een billijke vergoeding.
D&D Beauty verscheen niet op de zitting en betwistte de stellingen niet, waardoor deze als vaststaand werden aangenomen. De kantonrechter oordeelde dat er geen geldige opzegging had plaatsgevonden, dat er geen dringende reden was en dat verzoekster recht had op de gevorderde vergoedingen. De billijke vergoeding werd vastgesteld op € 2.500, mede gelet op de duur van het dienstverband, de leeftijd van verzoekster en haar kansen op de arbeidsmarkt.
Daarnaast werd D&D Beauty veroordeeld tot het verstrekken van salarisspecificaties en betaling van proceskosten. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst is onrechtmatig beëindigd en D&D Beauty is veroordeeld tot betaling van vergoedingen en het verstrekken van salarisspecificaties.