ECLI:NL:RBROT:2020:4164
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening loonbetaling na ontslag op staande voet
Verzoeker heeft bij de rechtbank Rotterdam een voorlopige voorziening ex artikel 223 Rv Pro gevraagd om betaling van loon vanaf 23 oktober 2019 tot het moment van rechtsgeldige beëindiging van de arbeidsovereenkomst, dan wel een voorschot van €20.000, vanwege een ontslag op staande voet dat volgens hem onterecht is.
De procedure kende vertraging door de coronacrisis, waardoor het geplande getuigenverhoor niet kon doorgaan en onduidelijkheid bestaat over het moment van uitspraak in de hoofdzaak. Verzoeker stelt dat hij financieel in grote problemen komt en een spoedeisend belang heeft bij loonbetaling.
Seacontractors betwist het verzoek en voert aan dat het ontslag terecht is gegeven op grond van lichamelijk geweld van verzoeker tegen een collega, ondersteund door verklaringen van collega’s. De rechtbank oordeelt dat onvoldoende aannemelijkheid bestaat dat het ontslag onterecht is en dat het verzoek samenhangt met de hoofdzaak. Gezien het restitutierisico en het ontbreken van nieuwe feiten wijst de rechtbank het verzoek af.
De beslissing over proceskosten wordt aangehouden tot de einduitspraak in de hoofdzaak.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening voor loonbetaling na ontslag op staande voet wordt afgewezen.