ECLI:NL:RBROT:2020:4441
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen boete wegens niet-naleving voedselveiligheidsvoorschriften
Verzoekster, een levensmiddelenbedrijf dat varkensvlees verwerkt, kreeg een bestuurlijke boete opgelegd wegens overtredingen van artikel 2, tiende lid, van het Warenwetbesluit in verbinding met artikel 19 van Pro Verordening (EG) 178/2002. De boete volgde op het niet tijdig en volledig uitvoeren van recalls en het onvoldoende informeren van afnemers over besmetting met Salmonella Goldcoast.
De voorzieningenrechter stelde vast dat verzoekster ondanks meerdere waarschuwingen en een last onder dwangsom nalatig bleef in het terugroepen van risicovolle producten en het informeren van consumenten. Verzoekster had vanaf november 2018 moeten weten dat recalls noodzakelijk waren, maar voerde slechts beperkte acties uit en moedigde afnemers aan een NVWA-brief te negeren.
Hoewel verzoekster financiële problemen aanvoerde en uitstel van betaling was verleend, vond de voorzieningenrechter dat het boetebedrag niet onmiskenbaar onevenredig was en dat de overtredingen op zijn minst aan grove schuld te wijten waren. De rechter wees het verzoek om voorlopige voorziening af, waarmee de boete voorlopig gehandhaafd blijft.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de bestuurlijke boete wordt afgewezen en de boete blijft gehandhaafd.