Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter van 27 december 2023 in de zaken tussen
Onderneming A
Autoriteit Consument en Markt (ACM)
Inleiding
Wettelijk kader, voorgeschiedenis en besluitvorming de ACM
31 oktober 2021 bij het telefonisch aanbieden en verkopen van energiecontracten schuldig gemaakt aan diverse oneerlijke handelspraktijken. De overtredingen zijn vastgesteld op grond van de beoordeling van de transcripties van 55 telefoongesprekken, de door Onderneming A en Onderneming B gehanteerde belscripts en de klachtenoverzichten van Onderneming A en/of Onderneming B. De ACM heeft besloten tot boeteoplegging en – op grond van artikel 12v van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt (de Instellingswet) – tot openbaarmaking daarvan.
Beoordeling
De ACM heeft echter om betaling van de boetes te verzekeren conservatoir beslag laten leggen op tegoeden van Onderneming A en Onderneming B. Hoewel de ACM stelt dat de beslagen beperkt doel hebben getroffen en een beslissing van de voorzieningenrechte niet rechtstreeks gevolgen heeft voor het conservatoir beslag, is niet uit te sluiten dat een voorlopig rechtmatigheidsoordeel van de voorzieningenrechter een rol kan spelen bij de vraag of het conservatoir beslag dient voor te duren (vgl. ECLI:NL:RVS:2022:52). Daarom neemt de voorzieningenrechter voor wat betreft de gevraagde voorlopige voorziening ten aanzien van het boetebesluit toch enig spoedeisend belang aan. Bij het verzoek tot schorsing van het publicatiebesluit wordt alleen al gelet op wat daarover in artikel 12u, derde lid, van de Instellingswet is geregeld een spoedeisend belang verondersteld.
Dit geldt eveneens voor het in artikel 7 van Pro het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (Handvest) neergelegde recht op de eerbieding van het privéleven. Uit artikel 2.1 van de ACM Werkwijze voor onderzoek in digitale gegevens 2014 (de werkwijze) volgt dat de toezichthouders van de ACM zich bij inzage vorderen, veiligstellen en selecteren van gegevens richten op het doel en voorwerp van het onderzoek. De doelomschrijving maakt het voor de betrokken onderneming duidelijk dat het onderzoek gerechtvaardigd is, geeft inzicht in de omvang van de verplichting tot medewerking van de onderneming en stelt het recht van verweer veilig. De doelomschrijving dient de essentiële bestandsdelen te bevatten, bijvoorbeeld het vermoeden van een inbreuk, de juridische kwalificatie van de inbreuk en het tijdvak van de inbreuk, dit om willekeur en misbruik van bevoegdheid te voorkomen. Aangezien in Nederland geen rechterlijke machtiging is vereist voorafgaand aan een bedrijfsbezoek, moet bij de rechterlijke toetsing achteraf niet alleen de rechtmatigheid van het bedrijfsbezoek getoetst worden, maar ook de noodzakelijkheid, dat wil zeggen de proportionaliteit en subsidiariteit. Deze toets is in de praktijk casuïstisch van aard en hangt af van de concrete omstandigheden van de zaak.