Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
uitspraak van de meervoudige kamer van 29 juni 2021 in de zaak tussen
[naam eiseres] , te [plaats] , eiseres,
[naam verweerder] , verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Eiseres heeft vervolgens op 22 november 2018 een tweede GFL-melding gedaan. Bij die melding heeft eiseres aangevoerd dat een geringe kans en een matig hoog risico (geen doden of ziekenhuisopnames) haar tot de conclusie hebben gebracht dat geen sprake is van een onacceptabel voedselveiligheidsrisico. Verder is daarbij vermeld dat is gebleken dat microbiologische uitslagen als onvoldoende beheersing van risico worden gezien, zodat de mogelijk aanwezige Salmonella gereduceerd dient te worden. Omdat het grootste deel van haar productieproces ziet op bacon die is bestemd voor de Engelse en Deense markt, welke plakken van circa 4 millimeter dik gegrild, gebakken of gefrituurd worden gegeten, zal sprake zijn van voldoende verhitting van het product. Een ander deel, met name buiken, worden verhandeld in Azië en Europa. Dit betreft vers vlees dat is bedoeld om te worden verwerkt, zodat ook hier geen sprake is van risicovolle producten. Eiseres heeft verder aangegeven haar “ready to eat” producten voor de Nederlandse markt die afkomstig zijn van varkensvlees in de betrokken periode wel als risicovol te beschouwen. Ten aanzien van die producten zal eiseres haar Nederlandse afnemers informeren.
.Het boetebesluit is genomen door [persoon C] . Ten tijde van het nemen van dat besluit was aan hem geen ondermandaat verleend. Eerst bij het Besluit ondermandaat van 3 april 2020 is met terugwerkende kracht aan de teamleiders Bestuurlijke maatregelen 1 en 2 van de divisie Juridische Zaken van de NVWA, ieder voor zich, ondermandaat en machtiging verleend voor een aangelegenheid op hun werkterrein voor zover deze betrekking heeft op de uitvoering van de wetgeving van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Blijkens het bestreden besluit zijn partijen het erover eens dat het rechtszekerheidsbeginsel zich verzet tegen de in het Besluit ondermandaat geregelde terugwerkende kracht en dat het boetebesluit onbevoegd is genomen. Nu met de inwerkingtreding van het Besluit ondermandaat alsnog ondermandaat is verleend aan [persoon C] en niet is gebleken dat eiseres door het gebrek anderszins is benadeeld, heeft verweerder dit bevoegdheidsgebrek in het bestreden besluit terecht met toepassing van artikel 6:22 van Pro de Awb gepasseerd.