Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
- het verzoekschrift ex artikel 7:671b BW met producties 1 tot en met 10, ontvangen op 10 maart 2020;
- de brief van 12 maart 2020 van de gemachtigde van [verzoekster] ;
- het verweerschrift met producties 1 tot en met 9, ontvangen op 8 mei 2020;
- de brief van 13 mei 2020 zijdens [verzoekster] met producties 11 tot en met 15;
- de brief van 15 mei 2020 zijdens [verzoekster] met productie 16;
- de brief van 18 mei 2020 zijdens [verweerster] , met producties 10 tot en met 15;
- de e-mail van 18 mei 2020 van de kantonrechter aan de beide gemachtigden;
- de e-mail van 19 mei 2020 van de gemachtigde van [verzoekster] , met pleitnotitie;
- de e-mail van 19 mei 2020 van de gemachtigde van [verweerster] , met pleitnotitie en productie 16.
2..De vaststaande feiten
Naar aanleiding van dat ski-ongeval is een letselschadeprocedure gevoerd in Oostenrijk tegen degene die verantwoordelijk was voor dat ongeval.
3..Het verzoek en de grondslag daarvan
4..Het verweer
5..De beoordeling
ernstigverwijtbaar handelen.
ernstigverwijtbaar handelen en/of nalaten van [verzoekster] gelegen in het geschil omtrent de arbeidsovereenkomst uit 2009, het terugbrengen van de loondoorbetaling van 100% naar 70% tijdens het tweede ziektejaar en in het opdragen van werkzaamheden tijdens ziekteperiode. Die punten worden hierna besproken.
ernstigverwijtbaar handelen door de werkgever. Daarbij is tevens van belang dat [naam persoon] en [verweerster] al jarenlang in een moeizame echtscheidingsprocedure verwikkeld zijn en aannemelijk is dat die procedure ook van invloed is geweest op de arbeidsrelatie tussen [verzoekster] en [verweerster] .
ernstigverwijtbaar handelen en/of nalaten van [verzoekster] , zodat mede gezien het bepaalde in artikel 7:671b lid 9 aanhef en sub c BW voor toekenning van een billijke vergoeding geen aanleiding bestaat.