Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
- de dagvaarding, met producties;
- de conclusie van antwoord, met producties.
Rechtbank Rotterdam
Schiema B.V. vorderde in kort geding dat haar voormalig werknemer, die een relatiebeding had in zijn arbeidsovereenkomst, werd verboden om contacten te onderhouden met een bedrijf waar hij in dienst was getreden. Het relatiebeding trad in werking bij omzetting van de arbeidsovereenkomst naar onbepaalde tijd en verbiedt contacten met klanten en leveranciers gedurende een jaar na beëindiging van het dienstverband.
De werknemer trad op 1 april 2020 in dienst bij een bedrijf dat zowel klant als leverancier van Schiema is, maar dat bedrijf is ook een concurrent geworden. Schiema stelde dat de werknemer het relatiebeding schond door in dienst te treden bij dit bedrijf en vorderde een verbod met dwangsommen.
De kantonrechter oordeelde dat het relatiebeding niet zo ruim mag worden uitgelegd dat het de werknemer verbiedt om bij een relatie van Schiema in dienst te treden. Er was geen concurrentiebeding overeengekomen en het relatiebeding was door de werknemer zelf opgesteld zonder overleg. De vordering werd afgewezen omdat onvoldoende aannemelijk was dat het relatiebeding op deze wijze kon worden gehandhaafd.
De werknemer had toegezegd het relatiebeding te respecteren en geen klanten van Schiema te benaderen. Schiema werd veroordeeld in de proceskosten. De vordering in reconventie van de werknemer om te verklaren dat hij niet gebonden was aan het relatiebeding werd eveneens afgewezen.
Uitkomst: De vordering van Schiema tot naleving van het relatiebeding wordt afgewezen en Schiema wordt veroordeeld in de proceskosten.