ECLI:NL:RBROT:2020:6732
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening recht op bijstand wegens te lang verblijf in het buitenland zonder dringende redenen
Eisers verbleven van 21 tot en met 28 augustus 2019 langer dan de toegestane vier weken in het buitenland, waardoor hun recht op bijstand werd herzien en een bedrag van €496,22 werd teruggevorderd. Eisers stelden dat zij door overlijden van de vader van eiser en ziekte van het gezin niet eerder konden terugkeren en dat er sprake was van zeer dringende redenen.
De rechtbank stelt vast dat het verblijf langer was dan toegestaan en dat op grond van artikel 13 lid 1 sub e van Pro de Participatiewet het recht op bijstand in die periode is uitgesloten. Artikel 16 lid 1 van Pro de Participatiewet biedt een uitzondering indien zeer dringende redenen dit noodzaken.
De rechtbank toetst of sprake is van een acute noodsituatie die levensbedreigend is of blijvend ernstig letsel kan veroorzaken. Eisers hebben dit niet aannemelijk gemaakt. Financiële moeilijkheden leiden niet tot een andere beoordeling. Daarom is het beroep ongegrond verklaard en is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de herziening van de bijstandsuitkering wegens te lang verblijf in het buitenland zonder dringende redenen is ongegrond verklaard.