Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
uitspraak van de meervoudige kamer van 27 augustus 2020 in de zaken tussen
[eiseres] , te [naam] , eiseres,
de staatssecretaris van Economische Zaken, verweerder,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam behandelde beroepen van een pluimveeslachterij tegen boetes van €2.500,- opgelegd door de NVWA wegens zichtbare verontreiniging (feces, gal, kropinhoud) op pluimveekarkassen. Na prejudiciële vragen beantwoord door het Hof van Justitie bevestigde de rechtbank dat een nultolerantienorm geldt voor zichtbare verontreiniging na de schoonmaakfase en vóór de koeling.
Eiseres voerde aan dat kleine plekjes verontreiniging onschuldig zijn en technisch onvermijdelijk, maar de rechtbank verwierp dit omdat het Hof en de Europese regelgeving uitgaan van naleving van deze norm. Ook stelde eiseres dat de NVWA onrechtmatig controleerde en het handhavingsbeleid plots veranderde, maar de rechtbank vond dat de controlewijze passend en proportioneel was en dat het protocol vooraf met brancheorganisaties was besproken.
De rapporten van bevindingen van toezichthouders waren gedetailleerd en niet gemotiveerd betwist, waardoor de boetes terecht zijn opgelegd. De rechtbank vond de boetes niet onredelijk hoog en oordeelde dat de redelijke termijn niet was overschreden. De beroepen werden ongegrond verklaard.
Uitkomst: De beroepen tegen de boetes wegens zichtbare verontreiniging op pluimveekarkassen worden ongegrond verklaard.