In deze arbeidsrechtelijke procedure verzocht eiseres na het vonnis van 24 juni 2020 om herstel van het vonnis, met name om de buitengerechtelijke incassokosten op te nemen in het dictum en het juiste bedrag van de proceskostenveroordeling aan te geven. Gedaagde verzocht vervolgens om verwijdering van de wettelijke verhoging en rente over de salarisbetaling van mei en juni 2020, omdat deze volgens hem onterecht waren toegewezen.
De kantonrechter stelde vast dat de buitengerechtelijke incassokosten van €699,-- wel waren toegewezen in de overwegingen, maar niet in het dictum waren opgenomen. Tevens was er een rekenfout gemaakt in de totale proceskosten, die gecorrigeerd moest worden. Daarnaast was de wettelijke verhoging en rente ten onrechte toegewezen over de maanden mei en juni 2020, terwijl dit niet was gevorderd en het loon over juni nog niet opeisbaar was.
De kantonrechter oordeelde dat deze fouten kennelijke fouten waren die zich lenen voor eenvoudig herstel. Het vonnis werd daarom hersteld door de incassokosten toe te voegen, het correcte bedrag aan proceskosten te vermelden en de wettelijke verhoging en rente over juni 2020 te verwijderen. Voor het overige bleef het vonnis van 24 juni 2020 ongewijzigd.
Partijen werden erop gewezen dat het eerder afgegeven executoriale afschrift van het vonnis zijn kracht verloor en moesten worden teruggezonden. Het herstelvonnis werd uitgesproken door kantonrechter G.A.F.M. Wouters.