Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
- het verzoekschrift, ontvangen ter griffie op 6 mei 2020, met producties;
- het verweerschrift met een voorwaardelijk zelfstandig tegenverzoek, met producties.
Rechtbank Rotterdam
De werknemer, werkzaam als kok bij Yashima B.V., stelde dat hij op 6 maart 2020 op staande voet was ontslagen zonder dringende reden. Yashima betwistte dit en stelde dat de werknemer zelf op 5 maart 2020 via een We Chat-bericht had aangegeven niet meer te willen werken en op 12 maart 2020 definitief vertrok.
De rechtbank oordeelde dat de werknemer onvoldoende bewijs had geleverd voor zijn stellingen en dat uit de feiten en omstandigheden bleek dat hij de arbeidsovereenkomst zelf had beëindigd. De werknemer had de opzegtermijn niet gerespecteerd, waardoor hij een vergoeding verschuldigd was aan de werkgever.
Daarom werden de verzoeken van de werknemer, waaronder de verklaring voor recht, transitievergoeding en achterstallig salaris, afgewezen. De werknemer werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Verzoek werknemer tot verklaring voor recht en vergoedingen afgewezen; werknemer heeft zelf arbeidsovereenkomst opgezegd zonder opzegtermijn te respecteren.