Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
- het verzoekschrift, ontvangen ter griffie op 6 mei 2020, met producties;
- het verweerschrift met een voorwaardelijk zelfstandig tegenverzoek, met producties.
Rechtbank Rotterdam
De werknemer, werkzaam als kok bij Yashima B.V., stelde dat hij op staande voet was ontslagen op 6 maart 2020, terwijl werkgever dit ontkende en stelde dat werknemer zelf de arbeidsovereenkomst heeft beëindigd door op 5 of 6 maart 2020 definitief te vertrekken. De werknemer onderbouwde zijn stellingen onvoldoende en leverde geen bewijs van een ontslag op staande voet of van een geldige ziekmelding.
De kantonrechter oordeelde dat uit het We Chat-bericht van 7 maart 2020 en de omstandigheden mocht worden afgeleid dat werknemer zelf de arbeidsovereenkomst wilde beëindigen. Omdat werknemer niet de opzegtermijn in acht had genomen, was hij een vergoeding aan werkgever verschuldigd.
De verzoeken van werknemer tot verklaring voor recht, betaling van transitie- en billijke vergoeding, onregelmatigheidsvergoeding, achterstallig salaris en vakantiegeld werden afgewezen. Ook het verzoek tot specificatie werd afgewezen omdat geen geldbedragen verschuldigd waren. Werknemer werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Verzoeken werknemer tot verklaring voor recht en vergoedingen worden afgewezen; werknemer veroordeeld in proceskosten.