Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
[Naam], te [Plaats], eiser,
de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
17 april weer beschikt over een machinistenvergunning voor de duur van 10 jaar.
Rechtbank Rotterdam
Eiser verzocht herziening van het besluit tot schorsing van zijn machinistenvergunning na een incident waarbij een trein doorreed bij een stopsein. Verweerder wees dit verzoek af en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat de schorsing was opgeheven en eiser een nieuwe vergunning had ontvangen.
De rechtbank oordeelt dat eiser wel belang heeft bij de inhoudelijke beoordeling van zijn bezwaar omdat hij schade stelt te hebben geleden door de schorsing, ondanks het intrekkingsbesluit en de nieuwe vergunning. Verweerder erkent in schikkingsvoorstellen dat er mogelijk schade is.
De rechtbank past de bestuurlijke lus toe en geeft verweerder zes weken de tijd om het besluit te heroverwegen. De rechtbank benadrukt dat artikel 8:119 Awb Pro niet van toepassing is op dit verzoek, maar verweerder wel bevoegd is een nieuw besluit te nemen. De zaak wordt voortgezet met een einduitspraak over proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het bezwaar niet-ontvankelijk onterecht en geeft verweerder zes weken om het besluit te heroverwegen.