Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 mei 2021 in de zaak tussen
[Naam] , te [plaats] , eiser,
de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Eiser heeft dit ook niet bestreden. Voorts is de rechtbank met verweerder van oordeel dat het op de weg van eiser lag zijn adreswijziging door te geven. Dit heeft hij niet gedaan, zodat het voor zijn rekening en risico komt dat hij het besluit niet heeft ontvangen (vgl. ECLI:NL:HR:2012:BV1885; ECLI:NL:RVS:2018:3445 en ECLI:NL:CRVB:2018:3294). Dat er voorts per e-mail is gecorrespondeerd leidt niet tot een ander oordeel (vgl. ECLI:NL:CRVB:2019:2214). De omstandigheid dat eiser pas later op de hoogte is geraakt van het schorsingsbesluit levert derhalve geen novum op en vormt evenmin een reden om de weigering van verweerder het schorsingsbesluit met terugwerkende kracht te herzien als evident onredelijk te beschouwen.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de bestreden besluiten 1 en 2 geheel en vernietigt bestreden besluit 3 voor zover daarbij de weigering om het schorsingsbesluit te herzien vanaf 20 november 2018 is gehandhaafd;
- herroept het herzieningsbesluit voor zover daarin is geweigerd het schorsingsbesluit te herzien vanaf 20 november 2018;
- trekt het schorsingsbesluit in met ingang van 20 november 2018;
- bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats komt van bestreden besluit 3;
- bepaalt dat verweerder aan eiser het betaalde griffierecht van € 174 vergoedt;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.602.