Eiseres woonde samen met haar partner vanaf 1 juli 2019 op hetzelfde adres en trouwde op 11 november 2020. Verweerder stelde dat het toeslagpartnerschap met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2020 gold, waardoor de toeslagen voor 2020 werden verlaagd en teruggevorderd. Eiseres betwistte dit en voerde aan dat het partnerschap pas vanaf het huwelijk gold en dat terugwerkende kracht onredelijk was.
De rechtbank oordeelde dat de wet tot 1 januari 2021 terugwerkende kracht toestond, maar dat de wetswijziging per 1 januari 2021 deze terugwerkende kracht afschafte. Verweerder had dit moeten zien als bijzondere omstandigheid bij terugvordering. De rechtbank stelde dat de terugvordering over de periode 1 januari tot 30 november 2020 niet in evenredige verhouding stond tot de gevolgen voor eiseres.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en de terugvorderingen over deze periode, en bepaalde dat verweerder binnen zes weken een nieuwe berekening moest maken. Het betaalde griffierecht werd aan eiseres vergoed. Verzoek om schadevergoeding wegens mentale schade werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.