ECLI:NL:RBNHO:2022:5424
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening terugvordering toeslagen wegens toeslagpartnerschap en bijzondere omstandigheden
Eiseres ontving in 2020 voorschotten zorgtoeslag en kindgebonden budget, die door verweerder werden herzien en teruggevorderd vanwege het ontstaan van toeslagpartnerschap met de levenspartner van haar moeder na de verhuizing van haar moeder in oktober 2020. De rechtbank stelt vast dat toeslagpartnerschap op grond van de inschrijving in de Basisregistratie Personen (BRP) en de wetgeving is ontstaan per 16 oktober 2020 met terugwerkende kracht tot 1 januari 2020.
Eiseres betwist het toeslagpartnerschap en de terugvordering, wijzend op haar persoonlijke omstandigheden zoals het noodgedwongen wonen bij haar moeder en diens partner met haar pasgeboren kind, haar afgeronde studie maar onvermogen tot werken door gezondheid, en het feit dat toeslagpartnerschap pas ontstond door het vertrek van haar moeder. Verweerder handhaaft de terugvordering en wijst op wettelijke bepalingen en beleidsregels.
De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende belangenafweging heeft gemaakt en dat de terugvordering over januari tot oktober 2020 niet in evenredige verhouding staat tot de gevolgen voor eiseres. De rechtbank vernietigt de terugvordering over die periode en bepaalt dat alleen over november en december 2020 teruggevorderd mag worden. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De terugvordering van toeslagen wordt gematigd voor januari tot oktober 2020 wegens bijzondere omstandigheden, en het beroep wordt gegrond verklaard.