ECLI:NL:RBROT:2021:11332
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid en terugvordering Ziektewet- en WIA-uitkering wegens gefingeerd dienstverband
Eiser ontving vanaf maart 2015 een Ziektewet-uitkering en vanaf maart 2017 een WIA-uitkering. Verweerder stelde na onderzoek vast dat eiser niet als werknemer kon worden aangemerkt omdat hij niet daadwerkelijk werkzaamheden had verricht bij het uitzendbureau B.E.Z. Dit leidde tot schorsing en intrekking van de uitkeringen en terugvordering van een bedrag van ruim €35.000.
De rechtbank toetste of het onderzoek naar het vermeende gefingeerde dienstverband zorgvuldig was en of er een concrete aanleiding voor het onderzoek bestond. Uit rapporten bleek dat de urenregistraties van het uitzendbureau en de opdrachtgever structureel afweken en dat eiser onvoldoende bewijs had geleverd van een arbeidsovereenkomst of loonbetalingen.
De rechtbank oordeelde dat het UWV voldoende aannemelijk had gemaakt dat geen dienstbetrekking bestond en dat eiser onvoldoende tegenbewijs had geleverd. Ook was geen sprake van dringende redenen om terugvordering te voorkomen. Het beroep van eiser werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van de uitkeringen bevestigd.