ECLI:NL:RBROT:2021:11471
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.C.W. van der Feltz
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens tijdig uitspraak op bezwaar Wet WOZ
De zaak betreft een geschil over de vraag of verweerder tijdig uitspraak heeft gedaan op het bezwaar van eiseres tegen de WOZ-waarde van twee onroerende zaken voor het belastingjaar 2020. Eiseres stelde dat de uitspraak niet tijdig was gedaan en vorderde een dwangsom. Verweerder heeft echter met een gedetailleerde verzendadministratie en bewijsstukken aannemelijk gemaakt dat de uitspraak op bezwaar op tijd is verzonden naar het juiste adres.
De rechtbank heeft vastgesteld dat verweerder de uitspraak op bezwaar op 1 februari 2021 heeft aangemaakt en op 2 februari 2021 gefiatteerd, waarna deze naar een printbureau is gestuurd en vervolgens via PostNL is verzonden. Eiseres ontkende de ontvangst, maar de rechtbank oordeelde dat verweerder met de overgelegde stukken en toelichting voldoende bewijs leverde van tijdige verzending. Het ontbreken van een expliciete verwijzing naar PostNL in het Excelbestand werd ondervangen door een e-mail van het printbureau waarin het verband met PostNL werd bevestigd.
Gelet op de wettelijke termijnen en de aannemelijkheid van tijdige verzending concludeerde de rechtbank dat er geen sprake was van niet tijdig beslissen. Hierdoor was het beroep niet-ontvankelijk en werd niet inhoudelijk op de dwangsomvraag ingegaan. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wegens niet tijdig beslissen op bezwaar wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de uitspraak tijdig is verzonden.