De Sociale Verzekeringsbank (Svb) stuurde op 4 maart 2016 besluiten aan appellant over de wijziging van zijn AOW-pensioen en een terugvordering van € 10.736,74. Appellant maakte op 27 mei 2016 bezwaar, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat zij aannam dat de besluiten op 4 maart 2016 waren verzonden.
In hoger beroep betwist appellant dit en stelt dat de Svb geen deugdelijke verzendadministratie heeft en dat hij de besluiten niet eerder heeft ontvangen. De Raad stelt vast dat de Svb geen bewijs levert dat de besluiten daadwerkelijk op 4 maart 2016 zijn verzonden, omdat de postkamer geen registratie bijhoudt van de overdracht aan het postbedrijf.
Hierdoor wordt aangenomen dat de verzending pas op 11 mei 2016 plaatsvond, waardoor het bezwaar tijdig was ingediend. De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank, verklaart het beroep gegrond en draagt de Svb op het bezwaar opnieuw te behandelen. Tevens wordt bepaald dat tegen het nieuwe besluit alleen beroep bij de Raad kan worden ingesteld. De Svb wordt veroordeeld in de proceskosten.