ECLI:NL:RBROT:2021:11552
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige handelwijze Dexia bij aandelenleaseovereenkomst met rol tussenpersoon
In deze zaak vordert eiser een verklaring voor recht dat Dexia onrechtmatig heeft gehandeld bij het aangaan van aandelenleaseovereenkomsten, en schadevergoeding voor de restschuld die ontstond doordat de aandelen onvoldoende waarde hadden.
Eiser stelt dat Dexia haar zorgplicht heeft geschonden door onvoldoende te waarschuwen voor het risico van een restschuld en onvoldoende onderzoek te doen naar zijn financiële draagkracht. Dexia erkent de onrechtmatigheid maar voert verweer op basis van verjaring en eigen schuld van eiser.
De rechtbank oordeelt dat Dexia haar zorgplicht heeft geschonden door niet te waarschuwen voor restschuld, maar dat sprake is van eigen schuld omdat duidelijk was dat werd belegd met geleend geld. De rol van de tussenpersoon Spaar Select, die zonder vergunning beleggingsadvies gaf, leidt ertoe dat Dexia alle schade moet vergoeden omdat zij had moeten weigeren met deze tussenpersoon zaken te doen.
De rechtbank wijst het verjaringsverweer af omdat eiser zijn rechten tijdig heeft behouden via correspondentie. De gevorderde buitengerechtelijke kosten worden afgewezen omdat deze niet verder zijn onderbouwd. De vorderingen worden uitvoerbaar bij voorraad verklaard en Dexia wordt veroordeeld tot betaling van de schade verminderd met het genoten voordeel en reeds betaalde bedragen, vermeerderd met wettelijke rente.
Tot slot wordt Dexia veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: Dexia wordt veroordeeld tot volledige schadevergoeding wegens onrechtmatig handelen en proceskosten, met uitvoerbaarheid bij voorraad.