ECLI:NL:RBROT:2021:11727
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Dexia onrechtmatig jegens belegger door schending zorgplicht bij aandelenleaseovereenkomst
In deze zaak vordert eiser een verklaring voor recht dat Dexia onrechtmatig heeft gehandeld bij het aanbieden van een aandelenleaseovereenkomst, en vergoedingen van betaalde bedragen en schade. Eiser belegde via Dexia in aandelen met geleend geld, waarbij een restschuld ontstond die hij moest betalen. Dexia erkent haar zorgplicht te hebben geschonden door onvoldoende te waarschuwen voor de restschuld.
De rechtbank stelt vast dat Dexia onvoldoende onderzoek deed naar de financiële positie van eiser en onvoldoende waarschuwde voor de risico's. Hoewel eiser mede eigen schuld heeft, moet Dexia twee derde van de schade vergoeden. Daarnaast is Dexia aansprakelijk voor de volledige schade vanwege de rol van een tussenpersoon zonder vergunning die beleggers adviseerde.
De rechtbank wijst de vorderingen toe voor vergoeding van betaalde bedragen verminderd met genoten voordelen en reeds betaalde bedragen, met wettelijke rente. De vordering tot vergoeding van hypotheekschade wordt afgewezen omdat deze niet toerekenbaar is aan Dexia. De buitengerechtelijke kosten worden eveneens afgewezen. De vorderingen worden uitvoerbaar bij voorraad verklaard en Dexia wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Dexia is onrechtmatig jegens eiser en wordt veroordeeld tot schadevergoeding verminderd met genoten voordeel en reeds betaalde bedragen, met wettelijke rente.