ECLI:NL:RBROT:2021:13686
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Ontslag op staande voet vernietigd met toekenning billijke en transitievergoeding
De werknemer was sinds 1 april 2021 in dienst bij de werkgever als kapper op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Op 25 augustus 2021 werd hij volgens zijn stelling op staande voet ontslagen, hetgeen de werkgever betwistte.
Uit de mondelinge behandeling bleek dat er een conflict was ontstaan omdat de werknemer tijdens werktijd afwezig was en de kapsalon niet had afgesloten. De werkgever gaf aan dat de werknemer niet was weggestuurd, maar diens echtgenote had hem later medegedeeld dat hij niet meer mocht werken. De kantonrechter oordeelde dat het ontslag op staande voet weliswaar heeft plaatsgevonden, maar dat de opgegeven reden geen dringende reden vormt voor ontslag.
Hierdoor werd het ontslag aangemerkt als een vernietigbare opzegging, waartegen de werknemer berustte. De kantonrechter kende een billijke vergoeding van €898,- bruto toe en een transitievergoeding van €40,07 bruto. Tevens werd het non-concurrentie- en relatiebeding in de arbeidsovereenkomst vernietigd wegens het ontbreken van zwaarwegende bedrijfsbelangen. De werkgever werd veroordeeld tot betaling van deze vergoedingen en de proceskosten.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet wordt vernietigd en de werkgever wordt veroordeeld tot betaling van billijke en transitievergoeding en vernietiging van het non-concurrentiebeding.