ECLI:NL:RBROT:2021:2211
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing oplegging educatieve maatregel alcohol en verkeer
Op 23 december 2018 werd eiser aangehouden op verdenking van rijden onder invloed met een bloedalcoholgehalte van 1,67‰. Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) legde op basis hiervan een educatieve maatregel alcohol en verkeer (EMA) op, welke door eiser werd bestreden. Eiser stelde dat hij niet de bestuurder was, maar een vriend, en dat hij mishandeld was bij zijn aanhouding waardoor hij geen verklaring kon afleggen.
De rechtbank overwoog dat in bestuursrechtelijke procedures het bewijs niet wettig en overtuigend hoeft te zijn, maar dat met voldoende mate van zekerheid moet worden vastgesteld dat eiser bestuurder was. De rechtbank hechtte waarde aan het proces-verbaal van de politie, de getuigenverklaring en het feit dat alleen eiser in de nabijheid van het voertuig werd aangetroffen. De alternatieve verklaring van eiser werd als onvoldoende concreet en niet ondersteund door objectieve gegevens beoordeeld.
De rechtbank concludeerde dat het CBR terecht de EMA oplegde op grond van artikel 11 van Pro de Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011 en artikel 131 van Pro de Wegenverkeerswet 1994. Het beroep werd ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de oplegging van de educatieve maatregel alcohol en verkeer wordt ongegrond verklaard.