ECLI:NL:RVS:2019:2551
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging oplegging Educatieve Maatregel Alcohol ondanks betwisting processen-verbaal
Het CBR legde appellant op 15 december 2017 een Educatieve Maatregel Alcohol (EMA) op naar aanleiding van twee processen-verbaal waarin alcoholgebruik werd vastgesteld. Appellant betwistte de juistheid en betrouwbaarheid van deze processen-verbaal en stelde dat deze vals waren opgemaakt. Daarnaast voerde hij aan dat het CBR een belangenafweging had moeten maken en dat de EMA onevenredige gevolgen voor hem had.
De rechtbank oordeelde dat het CBR mocht uitgaan van de juistheid van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal, tenzij er concrete aanwijzingen waren voor onjuistheid. De door appellant ingediende klachten en aangiften tegen de politie waren onvoldoende om twijfel te rechtvaardigen. Ook werd benadrukt dat de bestuursrechtelijke procedure losstaat van een strafrechtelijke procedure, waardoor het CBR niet hoefde te wachten op een strafrechtelijke uitspraak.
De Raad van State bevestigde dit oordeel en verwierp het beroep van appellant. De Afdeling benadrukte dat het CBR terecht geen belangenafweging kon maken omdat artikel 11 van Pro de Regeling dwingend is. Ook de stelling dat de EMA onevenredig is, werd verworpen omdat de EMA een lichte maatregel is. De uitspraak van de rechtbank werd daarmee bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant tegen de oplegging van de Educatieve Maatregel Alcohol wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.