Eiseres is sinds 1 april 2008 in dienst als medewerker horeca met een contract van gemiddeld 4 uur per week. Zij werkte structureel meer uren, gemiddeld 18,3 uur in 2015. Na diverse ziekmeldingen sinds 2016 ontstond discussie over de juiste referteperiode voor berekening van loon tijdens ziekte.
Eiseres vordert vaststelling van een hogere arbeidsomvang en betaling van achterstallig loon, primair uitgaande van 17,6 uur per week over de 12 maanden voorafgaand aan de eerste ziekmelding in 2016, subsidiair van 8,5 uur per week voorafgaand aan de laatste ziekmelding in 2019. Gedaagde heeft loon berekend op basis van 13 weken voorafgaand aan elke ziekmelding conform cao.
De kantonrechter oordeelt dat de referteperiode van ruim 4 jaar terug niet representatief is en kiest voor de periode voorafgaand aan de ziekmelding van 26 februari 2018, waaruit een gemiddelde arbeidsomvang van 11,9 uur per week blijkt. De loonvordering op basis van 17,6 uur wordt afgewezen, maar eiseres krijgt de gelegenheid tot een nieuwe berekening vanaf 2 oktober 2018. De zaak wordt verwezen naar de rol voor verdere afhandeling.