Uitspraak
1..Procesverloop
2..Standpunt van het Openbaar Ministerie
3..Standpunt van betrokkene
4..Beoordeling
5..Beslissing
[naam betrokkene], voornoemd,
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam heeft op 11 maart 2021 uitspraak gedaan in een zaak waarin betrokkene werd verdacht van vernielingen op een metrostation. Gezien het advies van een psychiater dat betrokkene lijdt aan een ernstige psychische stoornis, werd besloten hem deze feiten niet aan te rekenen en hem te ontslaan van alle rechtsvervolging.
Tegelijkertijd heeft de rechtbank een zorgmachtiging verleend op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg. Uit medische verklaringen en een zorgplan blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, mogelijk schizofrenie of een drugspsychose, die leidt tot ernstig nadeel zoals materiële schade en gevaar voor de veiligheid.
De rechtbank oordeelt dat verplichte zorg noodzakelijk is om betrokkene te stabiliseren en maatschappelijk verval te voorkomen. De zorgmachtiging omvat medicatie, medische controles, bewegingsbeperkingen en opname in een accommodatie, voor een periode van zes maanden. De rechtbank wijst het verzoek om een kortere termijn af vanwege de ernst en aard van de stoornis.
De zorgmachtiging is bij voorraad uitvoerbaar en moet binnen twee weken worden uitgevoerd. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: Betrokkene wordt ontslagen van rechtsvervolging en krijgt een zorgmachtiging voor zes maanden met verplichte zorg.