Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
2..De vaststaande feiten
3..Het geschil in conventie
4..Het geschil in reconventie
5..De beoordeling
6..De beslissing
:
Rechtbank Rotterdam
De werknemer trad in 2016 in dienst bij Uitzendbureau Zuidgeest en had een concurrentie-, relatie- en geheimhoudingsbeding in zijn arbeidsovereenkomst. Na opzegging in 2019 trad hij in dienst bij een concurrerend uitzendbureau, FlexFirst. Zuidgeest vorderde nakoming van het concurrentiebeding en betaling van boetes wegens overtreding.
De werknemer betwistte de vordering en verzocht om vernietiging van het concurrentiebeding. De rechter oordeelde dat het concurrentiebeding rechtsgeldig was overeengekomen, maar dat het gezien de functie, werkzaamheden, positieverbetering en beperkte duur van het dienstverband onbillijk was om het beding te handhaven.
De belangenafweging wees uit dat de werknemer door het concurrentiebeding onredelijk werd beperkt in zijn arbeidsvrijheid, terwijl Zuidgeest onvoldoende concreet kon aantonen dat haar bedrijfsbelangen ernstig werden geschaad. Het relatiebeding en geheimhoudingsbeding bleven van kracht. De proceskosten werden gecompenseerd en het concurrentiebeding werd met terugwerkende kracht vernietigd vanaf 1 november 2019.
Uitkomst: Het concurrentiebeding wordt vernietigd met terugwerkende kracht, het relatiebeding blijft van kracht en de proceskosten worden gecompenseerd.