De zaak betreft een geschil tussen Marcan Vastgoed B.V. en [persoon A] over de oplevering van gehuurde bedrijfsruimte na ontruiming. Op grond van een eerdere kort geding uitspraak was [persoon A] verplicht het gehuurde binnen 14 dagen te ontruimen en casco op te leveren. Marcan stelde dat dit niet correct was gebeurd en vorderde vergoeding van de kosten voor het casco maken van het gehuurde en huurvergoeding over de periode dat het gehuurde niet verhuurd kon worden.
[persoon A] betwistte de ontruiming en stelde dat de oplevering niet casco hoefde te zijn omdat het gehuurde niet casco was aangehuurd. Tevens voerde hij aan dat de kosten voor casco maken te hoog waren en dat de ontruiming onrechtmatig was vanwege bijzondere omstandigheden en betaling van een groot deel van de huurachterstand.
De rechtbank oordeelde dat Marcan op basis van het vonnis uit het kort geding gerechtigd was tot ontruiming en dat er geen sprake was van onrechtmatige ontruiming of misbruik van bevoegdheid. De verplichting tot casco oplevering was contractueel vastgelegd en [persoon A] had deze niet nagekomen. Omdat geen inspectie had plaatsgevonden en de termijn tussen vonnis en ontruiming kort was, kon Marcan slechts de kosten vorderen die [persoon A] zelf had moeten maken. De gevorderde kosten van € 46.800,- werden toegewezen omdat [persoon A] onvoldoende had onderbouwd dat de kosten lager hadden kunnen zijn. Tevens werd de gebruiksvergoeding van € 11.590,86 over twee maanden toegewezen. De vordering van [persoon A] wegens onrechtmatige ontruiming werd afgewezen.
Daarnaast werd [persoon A] veroordeeld tot betaling van buitengerechtelijke kosten, proceskosten en beslagkosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.