ECLI:NL:RBROT:2021:3095
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen woningsluiting op grond van artikel 13b Opiumwet wegens drugsaanwezigheid
Verzoeker woont in een woning die door de burgemeester van Rotterdam werd gesloten op grond van artikel 13b van de Opiumwet vanwege de vondst van grote hoeveelheden harddrugs en drugshandelattributen in de woning. De politie trof onder meer 860,5 gram cocaïne, 16,8 gram heroïne en diverse versnijdingsmiddelen aan. Verzoeker maakte bezwaar tegen de sluiting en vroeg om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter erkent de bevoegdheid van de burgemeester tot sluiting bij handelshoeveelheden drugs, maar stelt vast dat bijzondere omstandigheden in dit geval maken dat het besluit niet in redelijkheid kon worden genomen. Verzoeker kampt met ernstige psychiatrische aandoeningen en is afhankelijk van de woning voor zijn zorg en stabiliteit. Ook is hij niet betrokken bij de drugs en was niet op de hoogte van de situatie in de woning.
De rechter weegt mee dat de sluiting tot ontbinding van de huurovereenkomst en plaatsing op een zwarte lijst leidt, waardoor vervangende huisvesting moeilijk is. Gezien deze omstandigheden en het ontbreken van verwijtbaarheid wijst de voorzieningenrechter het verzoek toe, schorst de sluiting en veroordeelt de burgemeester in proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en de woningsluiting geschorst wegens bijzondere omstandigheden en onevenredigheid.