Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
- het verzoekschrift, ingekomen op 16 februari 2021, met producties;
- het verweerschrift, met producties;
- de pleitaantekeningen zijdens [verzoekster] .
Rechtbank Rotterdam
De werknemer trad in mei 2018 in dienst als Business Analysis & Process Consultant bij de werkgever. Door de coronacrisis leed de werkgever financiële tegenvallers, waardoor kostenbesparingen noodzakelijk werden. De werkgever vroeg toestemming aan het UWV voor ontslag, maar deze werd geweigerd omdat het UWV vond dat de werkgever onvoldoende had aangetoond dat het ontslag ten dienste stond van een doelmatige bedrijfsvoering.
De werkgever verzocht vervolgens de kantonrechter om ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van bedrijfseconomische redenen. De kantonrechter oordeelde dat er geen opzegverbod was en dat de werkgever voldoende aannemelijk had gemaakt dat de functie van de werknemer niet cruciaal was en dat het vervallen van deze functie onderdeel was van een bredere kostenbesparingsmaatregel.
De kantonrechter verwierp het verweer van de werknemer dat herplaatsing mogelijk was en dat de functie van de werknemer belangrijk was voor de winstgevendheid. Ook het voorstel van de werknemer om mee te werken aan het project met een extern bedrijf werd onvoldoende aannemelijk geacht als kostenbesparende maatregel.
De arbeidsovereenkomst werd ontbonden per 1 juni 2021 en de werkgever werd veroordeeld tot betaling van een transitievergoeding van € 6.988,56 bruto. Iedere partij draagt de eigen proceskosten.
Uitkomst: Ontbinding arbeidsovereenkomst per 1 juni 2021 met betaling van transitievergoeding.