ECLI:NL:RBROT:2021:4173
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering Verklaring Omtrent het Gedrag wegens recente en meervoudige strafbare feiten
Eiser vroeg op 3 december 2019 een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) aan voor een vrijwilligersfunctie bij Stichting Laurens te Rotterdam. De Minister voor Rechtsbescherming wees de aanvraag af vanwege strafbare feiten binnen de terugkijktermijn, waaronder bedreiging, drugshandel en overtreding van de Wet wapens en munitie.
De rechtbank oordeelde dat aan het objectieve criterium was voldaan omdat herhaling van deze feiten een risico voor de samenleving vormt, vooral gezien de functie waarbij één-op-één relaties met kwetsbare personen kunnen ontstaan. Het feit dat eiser onder begeleiding werkt, neemt dit risico niet weg.
Ten aanzien van het subjectieve criterium concludeerde de rechtbank dat de verstreken tijd sinds de laatste veroordeling te kort is om het risico voldoende te hebben doen afnemen. Ook de jeugdige leeftijd van eiser ten tijde van de feiten en de omstandigheden van het plegen van de feiten gaven geen aanleiding tot een andere beoordeling.
De rechtbank benadrukte dat het weigeren van een VOG een bestuurlijke maatregel is en geen straf, en dat eiser in de toekomst opnieuw een aanvraag kan doen indien meer tijd is verstreken zonder nieuwe strafbare feiten. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de VOG wordt ongegrond verklaard vanwege het risico voor de samenleving door recente en meervoudige strafbare feiten.