ECLI:NL:RBROT:2021:4227
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging tarief niet-wonen voor bouwgrond zonder bouwwerkzaamheden
De rechtbank Rotterdam heeft op 18 mei 2021 uitspraak gedaan in een geschil over de toepassing van het tarief voor de onroerendezaakbelasting (ozb) op een perceel bouwgrond met een woonbestemming. De eiser betwistte dat het niet-woningentarief terecht was toegepast en stelde dat het woningentarief had moeten gelden. Verweerder stelde dat de grond niet als woning in aanbouw kan worden aangemerkt omdat er nog geen bouwwerkzaamheden hadden plaatsgevonden.
De rechtbank overwoog dat de Wet WOZ bepaalt dat de waarde van een onroerende zaak wordt vastgesteld op basis van de staat waarin deze zich bevindt en dat het woningentarief alleen van toepassing is als de onroerende zaak in hoofdzaak tot woning dient. Uit jurisprudentie en wetsgeschiedenis volgt dat een woning in aanbouw een onvoltooid bouwsel moet omvatten dat bestemd is om na voltooiing als woning te dienen. Aangezien in dit geval nog geen bouwwerkzaamheden waren gestart, kwalificeert het perceel niet als woning in aanbouw.
De rechtbank verwierp ook het betoog dat sprake was van een leegstaand object met woonbestemming, omdat dit volgens de Hoge Raad alleen geldt als er een bouwsel aanwezig is. De aanslag ozb is daarom terecht vastgesteld naar het niet-woningentarief. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt het niet-woningentarief voor de bouwgrond zonder bouwwerkzaamheden.