Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..Onderzoek op de terechtzitting
2..Vordering
- het vaststellen van het bedrag waarop het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat op € 577.957,12;
- het opleggen aan de veroordeelde van de verplichting tot betaling aan de staat van een geldbedrag ter ontneming van dat geschatte voordeel tot een bedrag van € 577.957,12.
3..Standpunt verdediging
4..Beoordeling van de vordering
.
in de periode van 20 mei 2011 tot en met 20 oktober 2018 (hierna: het strafvonnis).
5..Vaststelling van het te betalen bedrag
€ 40.502,- zal worden verminderd.
€ 537.455,12 (€577.957,12- € 40.502,-) ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel aan de staat te betalen.
6..Toepasselijke wettelijke voorschriften
7..Beslissing
€ 577.957,12(zegge: vijfhonderdzevenenzeventigduizend negenhonderdzevenenvijftig euro en twaalf eurocent);
€ 537.455,12(zegge: vijfhonderdzevenendertigduizend vierhonderdvijfenvijftig euro en twaalf eurocent);