ECLI:NL:RBROT:2021:625
Rechtbank Rotterdam
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over weigering urgentieverklaring woonruimte wegens voorliggende voorziening
Eiser heeft een aanvraag om een urgentieverklaring voor woonruimte ingediend die door verweerder is afgewezen. Na bezwaar en beroep is gebleken dat het besluit op bezwaar onvoldoende is gemotiveerd, met name over de toepassing van de voorliggende voorziening, namelijk de daklozenopvang. De rechtbank constateert dat verweerder niet heeft toegelicht op welke publiekrechtelijke regeling deze opvang is gebaseerd.
De rechtbank oordeelt dat het beroep tegen het dwangsombesluit gegrond is en berekent de verschuldigde dwangsom over de periode dat verweerder niet tijdig heeft beslist. Tevens wordt verweerder in de gelegenheid gesteld binnen acht weken het gebrek in het besluit op bezwaar te herstellen door nader onderzoek te verrichten naar de persoonlijke omstandigheden van eiser.
De rechtbank houdt verdere beslissing aan tot de einduitspraak, waarbij ook de dwangsom, griffierecht en proceskosten zullen worden behandeld. De tussenuitspraak is gegeven door rechter H. Bedee op 4 februari 2021 en kan samen met de einduitspraak in hoger beroep worden bestreden.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep tegen het besluit op bezwaar gegrond wegens motiveringsgebrek en stelt het college in de gelegenheid het besluit te herstellen.