ECLI:NL:RBROT:2021:6255
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing exploitatievergunning grandcafé Papendrecht met klachten over overlast
De Vereniging van Eigenaars stelde beroep in tegen de exploitatievergunning die de gemeente Papendrecht had verleend aan een grandcafé. De vergunning werd verleend op grond van de APV en Horecanota, waarbij de rechtbank oordeelde dat de vergunning terecht was verleend binnen de bestemmingsplanregels en dat de woon- en leefsituatie niet op ontoelaatbare wijze werd nadelig beïnvloed.
De rechtbank stelde vast dat de vereniging tijdig zienswijzen had ingediend en dat het beroep ontvankelijk was. De exploitatievergunning viel binnen de categorie middelzware horeca, passend bij het bestemmingsplan. Hoewel er overlast was ervaren, achtte de rechtbank de genomen aanvullende vergunningsvoorwaarden, zoals de inzet van een gecertificeerde portier en beperkingen op afvalstorting, voldoende om de overlast te beperken.
De rechtbank verwierp het verzoek om de portier tot 02.30 uur te verplichten, omdat de bestaande voorwaarden ook vertrekkende bezoekers na sluitingstijd omvatten. Klachten die na vergunningverlening waren ingediend konden niet worden meegewogen, maar de vereniging kon handhaving verzoeken.
Verder oordeelde de rechtbank dat de procedure meer dan twee jaar had geduurd, waardoor de redelijke termijn was overschreden. De Staat werd veroordeeld tot een schadevergoeding van €500 en proceskosten van €374. Het beroep werd inhoudelijk ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de exploitatievergunning wordt ongegrond verklaard en de Staat wordt veroordeeld tot schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.