De werkneemster, sinds 2014 in dienst bij Kinderopvang Ambacht op basis van een nul-urencontract, verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst per 1 augustus 2021 met betaling van achterstallig loon, transitievergoeding, billijke vergoeding en juridische kosten. Zij heeft sinds juli 2018 ernstige psychische klachten en is langdurig opgenomen in een gesloten GGZ-instelling.
De kantonrechter oordeelt dat de arbeidsovereenkomst billijkheidshalve ontbonden kan worden, omdat geen reële verwachting bestaat dat de werkneemster op korte termijn haar werkzaamheden zal hervatten. De ontbinding wordt vastgesteld per 1 oktober 2021 vanwege de verstreken proceduretijd.
Er wordt geen transitievergoeding toegekend omdat de werkneemster zelf ontbinding verzoekt en er geen sprake is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. Ook de billijke vergoeding wordt afgewezen wegens het ontbreken van ernstig verwijtbaar handelen. De loonvordering wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van een deskundigenverklaring over arbeidsongeschiktheid. Verzoeken tot schadevergoeding wegens misgelopen uitkeringen worden afgewezen.
De werkneemster krijgt de gelegenheid haar verzoek in te trekken; bij intrekking loopt de arbeidsovereenkomst door zonder loonbetaling, met mogelijkheid tot beëindiging met wederzijds goedvinden. Proceskosten worden gecompenseerd, met uitzondering van kosten bij intrekking van het verzoek.