ECLI:NL:RBROT:2021:6780
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen voortzetting Ziektewetuitkering afgewezen wegens gebrek aan procesbelang
Eiseres werkte tot november 2015 als accountmanager en meldde zich in oktober 2018 ziek vanwege lichamelijke en psychische klachten. Verweerder zette haar Ziektewetuitkering voort vanaf oktober 2019, omdat zij minder dan 65% van haar loon kon verdienen. Eiseres maakte bezwaar tegen dit besluit en stelde dat zij meer beperkt was dan vastgesteld, met nieuwe medische informatie over onder meer PTSS en een whiplash.
De rechtbank oordeelt dat eiseres geen procesbelang heeft bij haar beroep omdat een gegrondverklaring van het beroep geen gunstiger resultaat voor haar oplevert; de Ziektewetuitkering wordt immers ongewijzigd voortgezet. Ook het argument dat het oordeel van de rechtbank van belang kan zijn voor toekomstige WIA-keuringen wordt verworpen, aangezien die keuringen gebaseerd moeten zijn op actuele medische onderzoeken.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en komt zij niet toe aan inhoudelijke beoordeling van de beroepsgronden. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het besluit tot voortzetting van haar Ziektewetuitkering wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.