ECLI:NL:CRVB:2019:2958
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling procesbelang bij bezwaar tegen Ziektewetbesluit en gevolgen voor WIA-uitkering
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV dat hij vanaf 20 september 2016 geen recht meer zou hebben op ziekengeld. Het bezwaar werd gegrond verklaard, waarna het UWV een loongerelateerde WGA-uitkering toekende met een arbeidsongeschiktheid van 100%.
Appellant stelde dat zijn arbeidskundige bezwaren, met name over de geschiktheid van functies en zijn opleidingsniveau, onbesproken waren gebleven en dat dit van belang kon zijn voor toekomstige beoordelingen. Het UWV stelde dat appellant geen procesbelang meer had omdat hij inmiddels een WIA-uitkering ontving.
De rechtbank oordeelde dat appellant onvoldoende procesbelang had omdat hij al de maximale periode ziekengeld had ontvangen en de WIA-beoordeling een eigen beoordelingskader kent. De Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel en benadrukte dat een inhoudelijke beoordeling geen feitelijke betekenis meer heeft voor appellant, noch voor toekomstige WIA-beoordelingen of re-integratieverplichtingen. Het hoger beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende procesbelang.