Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
2..De vaststaande feiten
3..De vordering
4..De beoordeling
5..De beslissing
- 70% van het overeengekomen brutoloon, althans 70% van het minimumloon als dat hoger is dan het overeengekomen loon, vanaf 5 november 2020 tot het moment waarop het recht op betaling van loon tijdens ziekte eindigt, uitgaande van een arbeidsduur van 24 uur per week;
- de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW Pro over de te betalen bruto loonbedragen over de maanden oktober, november, december 2020 en januari, februari en maart 2021, vanaf de data waarop de loonbetalingen hadden moeten plaatsvinden tot aan de [gedaagde] van algehele voldoening;
- 25% van de te betalen bruto loonbedragen over de maanden oktober, november, december 2020 en januari, februari en maart 2021, aan wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW Pro;