In deze civiele zaak vordert WM Works terugbetaling van een geldlening verstrekt aan een maatschap, waarbij borgstellers hoofdelijk aansprakelijk worden gesteld. De rechtbank bevestigt dat de maatschap het bedrag heeft geleend en dat borgstellers Loro Viking, Monte Rosa, Orikus en Bluebells hoofdelijk aansprakelijk zijn voor het restant van € 60.467,98 plus wettelijke rente vanaf 1 januari 2021.
Daarnaast gaat het geschil over een vordering voortvloeiend uit een partnerovereenkomst van 15 augustus 2005, waarbij alleen de maten die toen maat waren, hier Loro Viking, aansprakelijk zijn voor betaling van een deel van de wettelijke rente en proceskosten over de goodwillvergoeding. De rechtbank wijst de vordering van WM Works toe voor een bedrag van € 3.158,38 vermeerderd met wettelijke rente.
De proceskosten worden in conventie gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt. In reconventie wordt verklaard dat WM Works geen hogere rente kan executeren dan de wettelijke rente over de goodwillvergoeding en veroordeelt de eiseressen in reconventie tot betaling van een deel van de proceskosten.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de procedure tegen een failliete partij is geschorst. Het vonnis is gewezen door rechter C. Bouwman en op 21 juli 2021 in het openbaar uitgesproken.