ECLI:NL:RBROT:2021:8962
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugvordering en boete Participatiewet wegens verminderde verwijtbaarheid
Eiseres ontving bijstand en werd geconfronteerd met een terugvordering en boete vanwege bijschrijvingen op haar bankrekening die volgens verweerder niet waren gemeld. Het onderzoek richtte zich op de periode maart 2019 tot januari 2020, waarbij verweerder stelde dat eiseres haar inlichtingenplicht had geschonden.
Eiseres voerde aan dat slechts een klein deel van de bijschrijvingen voor haar bestemd was en dat zij geld had geleend, terwijl de rest bestemd was voor gezamenlijke maaltijden met haar partner. Verweerder hield echter vast aan de terugvordering en boete, maar verlaagde deze later deels vanwege de maaltijden.
De rechtbank oordeelde dat eiseres niet voldoende aannemelijk had gemaakt dat de bijschrijvingen geheel bestemd waren voor haar partner en dat zij haar inlichtingenplicht had geschonden. Wel achtte de rechtbank sprake van verminderde verwijtbaarheid vanwege ernstige psychische klachten en een terugval in drugsverslaving. Daarom stelde de rechtbank de boete aanzienlijk lager vast en vernietigde het bestreden besluit voor zover het de hoogte van terugvordering en boete betrof.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de terugvordering en boete worden verlaagd en het bestreden besluit wordt vernietigd.