Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..Onderzoek op de terechtzitting
2..Tenlastelegging
3..Eis officier van justitie
- partiële vrijspraak van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde bestanddeel medeplegen;
- bewezenverklaring van het overige onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot oplegging van een voorwaardelijke geldboete van
4..Geldigheid dagvaarding ten aanzien van feit 2
5..Ontvankelijkheid openbaar ministerie
Ten aanzien van de integrale dagvaarding:
tweedelid, van de Wgb gekwalificeerd als een overtreding. Ingevolge de artikelen 70 en 71 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) is de verjaringstermijn voor overtredingen drie jaar en vangt deze termijn aan op de dag na die waarop het tenlastegelegde feit zou zijn begaan. Uitgaande van de pleegdatum in november 2016, is de overtreding in november 2019 verjaard.
eerstelid, van de Wgb door opzettelijk een niet-toegelaten gewasbeschermingsmiddel op de markt te brengen. Dit feit is strafbaar gesteld in artikel 1a, onder 1° juncto artikel 2, eerste lid, en artikel 6, eerste lid onder 1°, van de Wed en betreft, indien opzettelijk begaan, een misdrijf waarop een maximale gevangenisstraf van zes jaren gesteld is. Het recht op strafvervolging bij een dergelijk misdrijf vervalt ingevolge artikel 70, eerste lid, onder 3° Sr na het verstrijken van twaalf jaren na de dag waarop het tenlastegelegde zou zijn begaan. Uitgaande van de pleegdatum van 4 november 2016 is het feit pas op 4 november 2028 verjaard. Het verweer faalt.
6..Waardering van het bewijs
tweedevolzin, van de Verordening. De zakjes met chloordioxide zijn na aankoop daarvan door de verdachte per post vanuit China naar Nederland verzonden aan het adres van de verdachte. De zendingen zijn in Nederland ontvangen op het douane kantoor. In Nederland hadden de postpakketten geen douanestatus waarover nog invoerrechten dienden te worden betaald. De zakjes chloordioxine zijn daarmee in het vrije verkeer gebracht op het grondgebied van de Gemeenschap. Het feit dat een deel van de zending de verdachte niet heeft bereikt, maar op het douane kantoor is onderschept maakt dit niet anders.
eerstevolzin van het bepaalde in artikel 3, onder 9 van de Verordening. De verdachte heeft de chloordioxide voorhanden gehad met het oog op de verkoop ervan binnen de gemeenschap, wat ook valt onder de definitie “op de markt brengen”, namelijk onder het bepaalde in artikel 3, onder 9,
eerstevolzin, van de Verordening. Daarbij is het volgende van belang.
7..Strafbaarheid feit
tweedelid, van de Wgb, zijnde het artikel dat op de dagvaarding onder de tekst van het onder 2 ten laste gelegde staat vermeld.
eerstelid, van de Wgb, zoals strafbaar gesteld in de Wed, en kan daarmee als strafbaar feit worden gekwalificeerd.